Infofilm / Museummedia
De onethische verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda

Edwin Jacobs, directeur Centraal Museum nav de verkoop van het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas

The Schoolboys

De onethische verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda.

The Schoolboys van Marlene Dumas was een Nederlands kunstwerk in publiek bezit dat onlangs verkocht is aan een particulier in het buitenland.  Als de LAMO (Leidraad Afstoting Museale Objecten) was gevolgd had het naast The Turkish Schoolgirls van het Stedelijk Museum Amsterdam, dat nu te zien is in het Amsterdam Museum geplaatst kunnen worden. Bovendien was er een bijzondere collegiale museale samenwerking mogelijk geweest waarbij iedereen zijn schouders onder de redding van het Goudse museum had gezet.

De verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda verhit de museale gemoederen en dat is terecht. Het is een verkoop die verstrekkende gevolgen kan hebben (en al heeft) voor het museale veld. Het schilderij, gedateerd 1986/7, is destijds door Museum Gouda aangekocht voor 18.000 gulden. Dit werk is door het museum via Christies Londen verkocht aan een particulier en bracht € 950.000 op. De manier waarop deze verkoop heeft plaatsgevonden is in strijd met de LAMO en heeft ertoe geleid dat de Nederlandse musea verenigd in de Museumvereniging hebben besloten Museum Gouda als lid van de vereniging te royeren. De discussie die hierover nu in de media wordt gevoerd, gaat voorbij aan de kern van deze zaak.

De NMV is de brancheorganisatie van Nederlandse musea, hier zijn zo’n 700 musea bij aangesloten. De NMV streeft er naar dat musea een stem krijgen en wel een gezamenlijke. Dit is belangrijk. Slechts in gezamenlijkheid is het mogelijk een front te vormen tegen het populisme en de cultuurinflatie en van hieruit  verder vorm te geven aan een eensluidende stem vanuit de musea. De LAMO, maar ook de Museumkaart zijn door de Museumvereniging en haar leden gezamenlijk gedragen producten waarmee musea hun taken (in dit geval collectiebeheer en –behoud en publieksbereik) uitvoeren. Deze producten zijn er gekomen met als kerndoel om zoveel mogelijk mensen deelgenoot te laten zijn van ons cultureel erfgoed dat bewaard wordt en te zien is in onze musea als bron van kennis en begrip van de ons omringende samenleving, vroeger en nu.

De LAMO, om daar nu op in te gaan, stelt dat indien een museum objecten wil afstoten, in termen van de LAMO ‘ontzamelen’, dit op basis van een collectieplan gebeurt. In een dergelijk plan wordt op inhoudelijke gronden aangegeven welke objecten afgestoten kunnen worden. De verkoop van The Schoolboys was niet te herleiden naar een actueel collectieplan. De LAMO stelt ook dat een werk bij verkoop eerst aan collega’s wordt aangeboden. Ook als musea stukken aankopen, kunstwerken dan wel historische objecten, is er sprake van onderlinge afstemming. Deze kan zelfs vergaand zijn, zoals in het geval van de Volkenkundige musea waar afstemming plaatsvindt in een apart overleg.  Hier zit ook de balans: als je in onderlinge afstemming aankoopt, dan stoot je ook in onderlinge afstemming af.  Museum Gouda echter heeft deze afspraken, richtlijnen en codes die door de musea behorend tot de NMV onderschreven worden willens en wetens naast zich neergelegd. Waarom? Dat is vooralsnog alleen te raden, uitspraken hierover zijn niet gedaan. Wat er nu gebeurd is, is feitelijk dat de eigenaar van de collectie die het Museum Gouda beheert, het Gemeentebestuur van Gouda, niet meer voor The Schoolboys wil zorgen. Het Museum Gouda had het Gemeentebestuur erop kunnen wijzen dat het daarmee de taak van het museum op het gebied van collectiebeheer en –behoud ontwrichtte. En daarmee had het Museum Gouda eveneens een beroep kunnen doen op zijn collega’s. Om de een of andere reden zijn het museum en het museumbestuur echter op de stoel gaan zitten van het Gemeentebestuur en hebben daarmee moedwillig meegewerkt aan de bovengenoemde ontwrichting.

De gevolgen van deze verkoop kunnen verstrekkend zijn. Nu al vragen particulieren
 zich af of ze nog wel moeten schenken, overwegen verzamelaars bruiklenen terug te nemen. Nee, dit is niet zomaar een willekeurige verkoop. Het is een verkoop die gericht is tegen de gezamenlijkheid, tegen de idee van afspraken maken en deze volgen en bij een noodzakelijk geachte bijstelling ervan, deze wederom in gezamenlijkheid vorm te geven. Ze richt zich tegen schenkers, verzamelaars, tegen de kunstenaars en daarmee uiteindelijk tegen het publiek. De verkoop van dit topwerk puur en alleen om financiële gronden past daarmee naadloos in de wijze waarop vandaag de dag het debat over kunst wordt gevoerd.

Belangrijk in dit kader, om terug te keren naar de NMV, is het feit dat niet het NMV-bestuur maar een overgrote bezorgde meerderheid van de aanwezige leden tijdens een democratische stemming het bestuur heeft opgedragen een besluit tot royeren voor te bereiden. Nu blijkt dat Museum Gouda wel de lusten van het lidmaatschap wil maar niet de in dit geval de door hen zo gevoelde lasten. Het museum negeert moedwillig de afspraken die door de leden van de vereniging worden onderschreven, in dit geval de ethische code en de LAMO. Nu ze als gevolg daarvan uit de vereniging geplaatst wordt huilt het museum krokodillentranen want dan mist het de financiële bijdrage voor de bezoekers die met een Museumkaart komen. Voor het  Gemeentebestuur van Gouda ligt hierdoor overigens een unieke kans om zich te profileren door het dreigende wegvallen van de financiële bijdrage van de museumvereniging te compenseren.

Even terug naar de discussie die op dit moment wordt gevoerd. Zij is belangrijk. Echter zij gaat, nogmaals, voorbij aan de kern van de zaak. Ik zou graag The Rape of Europa van Lynn H. Nicholas uit 1995, een indrukwekkend boek en dito film, in herinnering willen brengen. Voor wie het niet kent: in de kern gaat het over de humane betekenis van cultuur en in het bijzonder van kunstwerken van kunstenaars die het allerbeste hebben voortgebracht. Het publiek is in het boek en film geen lezer of toeschouwer maar deelnemer. Het publiek is participant want zij is immers de reden en de relevantie waarom we kunnen spreken van een humane betekenis. Zo is het ook met The Schoolboys. Het is simpelweg meer dan een schilderij, het is onderdeel van een groter geheel. The Schoolboys had niet verkocht hoeven maar sterker nog mogen worden aan een particulier in het buitenland. Het had in Nederland moeten blijven, en met een optocht naar Amsterdam worden gebracht. Hier had het geplaatst kunnen worden naast The Turkish Schoolgirls van Marlene Dumas, van het Stedelijk en nu in het Amsterdam Museum. Daar had het een icoon kunnen worden van wat een gezamenlijke stem kan bewerkstelligen. Ook dan was het Museum Gouda gered en was er bovendien een nieuwe basis gelegd onder een gezamenlijk gevoeld belang van het behoud van Nederlands cultureel erfgoed.


Edwin Jacobs
Directeur Centraal Museum